| Jaar van toetreding tot de EU | 1995 |
| Politiek systeem | Constitutionele monarchie |
| Hoofdstad | Stockholm |
| Oppervlakte | 450.000 km2 |
| Bevolking | 8,9 miljoen |
| Munteenheid | Zweedse kroon |
Overzicht
Zweden is het dichtstbevolkte ban de Scandinavische landen. Het land wordt in het westen van Noorwegen gescheiden door een bergketen. Het deelt de Botnische Golf aan de noordkant van de Baltische Zee met Finland.
Het zuidelijke deel van Zweden is voornamelijk agrarisch, met bossen die meer van het land bedekken naar mate men richting het noorden gaat. De bevolkingsdichtheid is ook het grootst in Zuid-Zweden, met name in de vallei van het Mälarenmeer en de Öresund regio.
In 1971 werd de Riksdag een parlement met één kamer. De 349 parlementsleden worden om de vier jaar op basis van proportionele vertegenwoordiging gekozen.
Er wonen minstens 17.000 oorspronkelijke Samis (of Lapps) in Zweden. Er is ook een minderheid van etnische Finnen.
Zweden exporteert auto's, technische producten, staal, elektronische apparatuur, communicatieapparatuur en papierproducten.
Zweden speelde een pioniersrol in de vroege dagen van de film, met Mauritz Stiller en Victor Sjöström. Later maakten regisseurs zoals Ingmar Bergman en actrices zoals Greta Garbo, Ingrid Bergman en Anita Ekberg in het buitenland carrière. Voor veel mensen staat de Zweedse muziek gelijk aan ABBA.
De Zweedse keuken staat bekend om haar Smorgåsbord (een buffet van hartige hapjes), Baltische haring, erwtensoep en pannenkoeken.
Economie
Mede dankzij vrede en neutraliteit is Zweden er in de gehele twintigste eeuw in geslaagd een begerenswaardige levensstijl te handhaven met een gemengd systeem van hightech kapitalisme en uitgebreide welvaartsvoorzieningen. Het land heeft een modern distributiesysteem, uitstekende interne en externe communicatie en een geschoolde arbeidsmarkt.
Hout, waterenergie en ijzererts vormen de basis voor een economie die in hoge mate gericht is op handel met het buitenland. Privé-bedrijven zorgen voor 90% van de industriële productie, waarbij de technische sector 50% van de productie en export voor zijn rekening neemt. De landbouw is goed voor slechts 2% van het BNP en de werkgelegenheid.
De fiscale discipline die de Zweedse overheid hoog in het vaandel heeft staan heeft geleid tot een aanzienlijk begrotingsoverschot in 2001. Dat overschot werd in 2002 gehalveerd, als gevolg van de mondiale economische problemen, dalende inkomsten en een groei in de uitgaven.
De Zweedse centrale bank (de Riksbank) richt zich met een beoogde inflatie van 2% op prijsstabiliteit. De economische groei was in 2003 nog bescheiden van omvang, maar er was verbetering in 2004 en 2005.
Zweedse werknemers melden zich vaker ziek dan andere Europeanen, vermoedelijk omdat de ziekte-uitkeringen in Zweden beter geregeld zijn.
In september 2003 stemden de Zweden tegen de introductie van de euro als het nationale betaalmiddel, uit bezorgdheid over de eventuele gevolgen voor de democratie en soevereiniteit.