| Jaar van toetreding tot de EU | 1973 |
| Politiek systeem | Constitutionele monarchie |
| Hoofdstad | Londen |
| Oppervlakte | 242.500 km2 |
| Bevolking | 59,3 miljoen |
| Munteenheid | Britse pond |
Overzicht
Het Verenigd Koninkrijk bestaat uit Engeland, Wales en Schotland (die tezamen Groot-Brittannië vormen) en Noord-Ierland. De hoogste berg is Ben Nevis in Schotland (1343 m.).
Het Verenigd Koninkrijk is een constitutionele monarchie en een parlementaire democratie. De belangrijkste kamer in het parlement is het Lagerhuis (the House of Commons), met 646 rechtstreeks gekozen leden. In het Hogerhuis (the House of Lords) kunnen zo'n 700 leden zitting nemen, waaronder Lords en bischoppen.
Er is een Schots parlement in Edinburgh, met verstrekkende regionale bevoegdheden, en een Welsh Assembly in Cardiff, met beperktere bevoegdheden.
De Engelsen vertegenwoordigen meer dan 80% van de totale bevolking, de Schotten bijna 10%, en de Welsh en Ieren samen ook bijna 10%. In het Verenigd Koninkrijk wonen ook veel immigranten, voornamelijk uit de voormalige kolonies in West-Indië, India, Pakistan, Bangladesh en Afrika.
De economie - één van de grootste in de EU - is meer en meer gericht op dienstverlening, hoewel er nog steeds grote industriële activiteit is in de hightech en andere sectoren. De City of London is een mondiaal belangrijk centrum voor financiële diensten.
Als bakermat van de industriële revolutie heeft het Verenigd Koninkrijk veel grote wetenschappers en ingenieurs voortgebracht, waaronder Isaac Newton en Charles Darwin. De vader van de moderne economische wetenschappen, Adam Smith, was een Schot.
De Engelse literatuur heeft een eindeloze stroom van dichters, toneelschrijvers, essayisten en romanschrijvers voortgebracht, van Geoffrey Chaucer en Shakespeare en zijn tijdgenoten, tot een reeks van moderne schrijvers.
Economie
Het Verenigd Koninkrijk is een vooraanstaande handelsmacht en financieel centrum, en één van de vijf grootste economieën van West-Europa. In de afgelopen twintig jaar is de regering erin geslaagd het staatsbelang terug te dringen en de groei van het sociale welvaartsstelsel in de te dammen.
De landbouw is intensief, in hoge mate gemechaniseerd en naar Europese maatstaven efficiënt. De sector produceert 60% van de voedselbehoefte met minder dan 2% van de werkende bevolking.
Het Verenigd Koninkrijk beschikt over grote voorraden kolen, aardgas en aardolie. De primaire energievoorziening is verantwoordelijk voor 10% van het BNP, één van de hoogste bijdragen in alle industriële economieën.
De dienstverlening, in het bijzonder banken, verzekeraars en zakelijke dienstverlening, neemt veruit het grootste deel van het BNP voor haar rekening. De industrie neemt in dit opzicht meer en meer in belang af.
De groei in het BNP werd in 2001-2003 aangetast door de wereldwijde economische terugval, de hoge koers van het Britse pond en het uiteenspatten van de 'nieuwe economie', met negatieve invloed op de industriële productie en op de export.
De productie herstelde zich in 2004, met een groei van 3,2%, maar liet een terugval zien naar 1,7% in 2005. Ondanks de lagere groeicijfers is de Britse economie één van de sterkste in Europa: inflatie, rentepercentages and werkloosheid blijven laag.
De relatief goede economische prestatie zouden voor het Verenigd Koninkrijk een goede reden kunnen zijn deel te nemen aan de Europese Economische en Monetaire Unie (EMU). Critici wijzen erop dat de economie het zonder dat lidmaatschap goed doet, en peilingen laten zien dat de Britten tegen de euro zijn.
Intussen heeft de regering versnelde maatregelen genomen om onderwijs, transport en de gezondheidszorg te verbeteren, hetgeen heeft geleid tot hogere belastingen en een groeiende begrotingstekort.