| Jaar van toetreding tot de EU | Medeoprichter |
| Politiek systeem | Constitutionele monarchie |
| Hoofdstad | Amsterdam |
| Oppervlakte | 41.864 km2 |
| Bevolking | 16,2 miljoen |
| Munteenheid | euro |
Overzicht
Zoals de naam als suggereert, is Nederland laaggelegen, met eenderde van het land op of onder zeeniveau. Veel gebieden worden beschermd tegen overstroming door dijken en zeeweringen. Veel land is teruggewonnen van de zee, met Flevoland als het meest recente voorbeeld.
Het Nederlandse parlement (of Staten Generaal) bestaat uit twee kamers. De eerste kamer, met 75 leden, wordt indirect gekozen en heeft beperkte bevoegdheden. De twee kamer, of lagerhuis, wordt rechtstreeks gekozen en controleert de regering. De leden van beide kamers worden om de vier jaar gekozen. Vanwege het evenwicht tussen de Nederlandse politieke partijen zijn alle regeringen coalities.
De industriële activiteit richt zich vooral op voedselverwerking, chemicaliën, olieraffinaderijen, en elektrische en elektronische apparatuur. Nederland heeft een dynamische agrarische sector. De Rotterdamse haven, de drukste van Europa, bedient een immens achterland tot aan Duitsland en Centraal-Europa.
Nederland heeft een geschiedenis van grote kunstschilders. De zeventiende eeuw was de eeuw van de Nederlandse Meesters, zoals Rembrandt van Rijn, Johannes Vermeer en Jan Steen. De negentiende en twintigste eeuw zijn dankzij kunstenaars als Vincent van Gogh en Piet Mondriaan niet minder opmerkelijk.
Bekende Nederlandse specialiteiten zijn bijvoorbeeld rauwe haring, gerookte paling en erwtensoep. Ook staat het land bekend om zijn kazen, waaronder kaas uit Gouda en Edam.
Economie
Nederland heeft een welvarende en open economie, die voor een groot deel afhankelijk is van de buitenlandse handel. De economie wordt gekenmerkt door stabiele industriële verhoudingen, bescheiden werkloosheid en inflatie, een aanzienlijk begrotingsoverschot en een belangrijke rol als Europees transportcentrum.
De industriële activiteit richt zich vooral op voedselverwerking, chemicaliën, olieraffinaderijen en elektronische apparatuur. De verregaand gemechaniseerde landbouwsector biedt werk aan slechts 2% van de beroepsbevolking, maar produceert grote overschotten voor de voedselverwerkende industrie en voor de export.
Op 1 januari 2002 voerde Nederland met 11 andere landen de euro in als nationaal betaalmiddel. Het land is nog steeds één van de leiders in Europa als het gaat om rechtstreekse buitenlandse investeringen.
De economische groei liep tussen 2001 en 2005 aanzienlijk terug onder invloed van de wereldwijde economische malaise, maar in de vier eraan voorafgaande jaren lag de groei met 4% ruim boven het EU gemiddelde.