| Jaar van toetreding tot de EU | Medeoprichter |
| Politiek systeem | Republiek |
| Hoofdstad | Rome |
| Oppervlakte | 301.263 km2 |
| Bevolking | 57,3 miljoen |
| Munteenheid | euro |
Overzicht
Italië is voor een groot deel bergachtig, met uitzondering van de Po vallei in de Emilia-Romagna regio. Het land is gelegen tussen de Alpen en de centrale Middellandse Zee. Naast het vasteland, bestaat Italië uit Sicilië, Sardinië, Elba en nog zo'n 70 kleinere eilanden.
Er bevinden zich twee kleine onafhankelijke staten op het Italiaanse schiereiland: Vaticaanstad in Rome en de Republiek San Marco.
Het Italiaanse parlement bestaat uit twee kamers: de Senaat (Senato della Repubblica) en de Kamer van Afgevaardigden (Camera dei Deputati). Er zijn om de vijf jaar verkiezingen.
Italië's belangrijkste economische sectoren zijn toerisme, mode, techniek, chemicaliën, motorvoertuigen en voedingsmiddelen. Italië is lid van de G8, een groep van geïndustrialiseerde landen, en het is de op zes na grootste economie ter wereld. Het noorden van Italië behoort tot de rijkste regio's van Europa.
Italië was in de oudheid het centrum van het immense Romeinse Rijk, dat zijn archeologische, culturele en literaire sporen heeft nagelaten. Later stond het land aan de wieg van het middeleeuwse humanisme en de renaissance. Figuren als Machiavelli, Leonardo en Galileo hadden een vormende invloed op Europa's denken, filosofie en kunst.
De lijst met beroemde Italianen is lang: Giotto, Botticelli, Leonardo, Michelangelo, Tintoretto en Caravaggio zijn maar een paar van de bekendste namen. Het land heeft ook operacomponisten als Verdi en Puccini en filmmaker Federico Fellini voortgebracht.
De Italiaanse keuken is één van de meest verfijnde en gevarieerde keukens van Europa, van de pikante smaken van Napels en Calabrië en de pestogerechten van Liguria tot de kaas- en risottogerechten van de Italiaanse Alpen.
Economie
Italië heeft een gediversifieerde industriële economie met ruwweg hetzelfde BNP - totaal en per hoofd van de bevolking - als Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Deze kapitalistische economie is blijvende verdeeld in een ontwikkeld industrieel noorden at wordt gedomineerd door privé-bedrijven, en een minder ontwikkeld agrarisch zuiden dat afhankelijk is van de staat en kampt met een werkloosheid van 20%. De meeste grondstoffen die de industrie nodig heeft en meer dan 75% van de energievoorziening komen uit het buitenland.
In de afgelopen tien jaar heeft Italië een strikt fiscaal beleid gevoerd om aan de eisen van de Economische en Monetaire Unies te kunnen voldoen. Als gevolg van dit beleid zijn de rentepercentages en de inflatie omlaag gegaan. De huidige regering heeft talloze korte termijn hervormingen doorgevoerd met als doel de concurrentiepositie en de lange termijn groei van Italië te bevorderen.
Aan de andere kant heeft Italië in onvoldoende mate de benodigde lange termijn hervormingen doorgevoerd, zoals het verlichten van de belastingdruk en het hervormen van de inflexibele arbeidsmarkt en het pensioensysteem. Oorzaken hiervan zijn de huidige tegenvallende economie en de oppositie van de vakbonden.
De bewegingsvrijheid van de Italiaanse regering is echter beperkt: het begrotingstekort ligt momenteel boven de Europese norm van 3%. Er was in 2005 nagenoeg geen economische groei, en de werkgelegenheid is nog steeds hoog.