| Jaar van toetreding tot de EU | 1973 |
| Politiek systeem | Republiek |
| Hoofdstad | Dublin |
| Oppervlakte | 70.000 km2 |
| Bevolking | 4 miljoen |
| Munteenheid | euro |
Overzicht
Sinds de Ierse Republiek (Eire) in 1973 lid werd van de Europese Unie, heeft het land zich omgevormd van een agrarische samenleving tot de moderne en technologisch geavanceerde Keltische Tijger die het vandaag de dag is.
Het binnenland bestaat grotendeels uit agrarische laaglanden, hier en daar onderbroken door lage heuvels, met aanzienlijke moerassen en meren. Aan de westkust zijn er bergen, op sommige plaatsen meer dan 1000 meter hoog. Ongeveer één derde van de Ierse bevolking woont in Dublin.
De Dáil, de Ierse naam voor het Lagerhuis, heeft 166 leden, en de Seanad, het Hogerhuis, er 60 heeft. Parlementsverkiezingen vinden om de vijf jaar plaats.
Hoewel de geschiedenis van Ierland wordt gekenmerkt door problemen en turbulentie, staan de inwoners bekend om hun liefde voor muziek en verhalen. Ierland wordt vaak het land van heiligen en geleerden genoemd, en is de geboorteplaats van beroemde Engelstalige schrijvers, bijvoorbeeld William Butler Yeats, James Joyce, Samuel Beckett, Oscar Wilde en George Bernard Shaw.
Verscheidene rockiconen zijn uit Ierland afkomstig, waaronder U2, The Corrs en Sinead O'Connor.
Economie
Ierland is een kleine, moderne handelseconomie met een indrukwekkende gemiddelde groei van 7% tussen 1995 en 2004. Landbouw, ooit één van de belangrijkste economische sectoren, wordt inmiddels overschaduwd door de industrie en dienstensector.
De industrie is verantwoordelijk voor 46% van het BNP, 80% van alle export en 29% van de arbeidsmarkt. Hoewel de export nog steeds de belangrijkste rol speelt in de economische groei van het land, profiteert de economie ook van de groei in consumentenuitgaven, de bouw en zakelijke investeringen.
Het BNP per hoofd van de bevolking ligt momenteel 10% boven dat van de vier grote Europese economieën, en Ierland neemt daarmee achter Luxemburg de tweede plaats in. In de laatste tien jaar heeft de Ierse regering een reeks van nationale economische programma's geïmplementeerd die tot doel hebben de prijs- en looninflatie tegen te gaan, de overheidsuitgaven te beperken, het kennisniveau van werknemers te verhogen en buitenlandse investeringen aan te trekken.
Ierland is op 1 januari 2002 met 11 andere Europese landen overgestapt op de euro als betaalmiddel.