| Jaar van toetreding tot de EU | 2004 |
| Politiek systeem | Republiek |
| Hoofdstad | Boedapest |
| Oppervlakte | 93.000 km2 |
| Bevolking | 10,1 miljoen |
| Munteenheid | Forint |
Overzicht
Hongarije is een geheel door land omgeven staat met veel buurlanden - Slowakije, Oekraïne, Roemenië, Servië, Kroatië, Slovenië en Oostenrijk. Het landschap is grotendeels vlak, met lage bergen in het noorden. Het Balatonmeer, een populaire toeristenbestemming, is het grootste meer in Centraal-Europa.
De etnische Hongaren stammen af van de Magyaren, die in 896 de stammen die in het gebied woonden overwonnen. Hongarije werd in het jaar 1000 onder leiding van Sint Stefan een Christelijk koninkrijk. De Hongaarse taal is totaal anders dan de talen die in de omringende landen wordt gesproken, en is alleen in de verte verwant aan het Fins en het Ests.
De hoofdstad Boedapest, van oorsprong twee aparte steden: Buda en Pest, is gelegen op beide oevers van de Donau. Het heeft een rijke historie en cultuur en staat bekend om zijn heilzame bronnen.
De 386 leden van het Hongaarse parlement, dat bestaat uit één kamer, worden iedere vier jaar rechtstreeks gekozen.
Hongarije heeft een beperkte hoeveelheid grondstoffen (bauxiet, kolen en aardgas), evenals vruchtbare grond en akkerlandschap. Hongaarse wijnen worden in heel Europa gedronken. De belangrijkste exportproducten zijn machine- en transportonderdelen, voedingsmiddelen en chemicaliën.
Hongarije is een zeer muzikaal land met traditionele volksmuziek die tot inspiratie is geweest van grote componisten zoals Liszt, Bartók en Kodály.
Economie
Hongarije heeft de overgang gemaakt van een centraal geleide economie naar een markteconomie, met een BNP per hoofd van de bevolking dat de helft is van dat van de vier grote Europese naties.
Hongarije heeft de afgelopen jaren een voortvarende economische groei laten zien en werd in 2004 opgenomen in de Europese Unie. Veel bedrijven zijn in buitenlandse handen of profiteren van buitenlandse investeringen, bij elkaar opgeteld goed voor meer dan € 45,8 miljard sinds 1989.
Net als Tsjechië wordt Hongarije gezien als één van de gezondste Oost-Europese economieën, hoewel deskundigen bezorgd zijn over het nationale budget en de huidige tekorten. Inflatie is gedaald van 14% in 1998 to 3,7% in 2005. De werkloosheid schommelt voortdurend rond de 6%, maar de landelijke deelname aan het arbeidsproces is met slechts 57% één van de laagste in de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).
Duitsland is met voorsprong Hongarije's grootste economische partner. Politiek belangrijke zaken zijn het terugbrengen van het overheidstekort naar 3% van het BNP in 2008, van ongeveer 6,5% in 2005, en het verlagen van de rentepercentages zonder dat dat leidt tot kapitaalvlucht.