| Jaar van toetreding tot de EU | 1981 |
| Politiek systeem | Republiek |
| Hoofdstad | Athene |
| Oppervlakte | 131.957 km2 |
| Bevolking | 11 miljoen |
| Munteenheid | euro |
Overzicht
Griekenland is gelegen op het kruispunt van Europa en Azië, aan de zuidkant van het Balkan schiereiland in Zuidoost Europa. Het land heeft meer dan 2000 eilanden in de Egeïsche en Ionische Zee. Van die eilanden zijn er ongeveer 170 bewoond. De berg Olympus is het hoogste punt van Griekenland.
Griekenland is één van de bronnen van de Europese beschaving. Zijn geleerden hebben grote voortgang geboekt op het gebied van filosofie, geneeskunde, wiskunde en astronomie. De klassieke stadstaten waren pioniers in het ontwikkelen van democratische regeringsvormen.
De historische en culturele erfenis van Griekenland klinkt vandaag de dag overal in de moderne wereld nog steeds door - in de literatuur, kunst, filosofie en politiek.
Het moderne Griekenland is een republiek met een grondwet die stamt uit 1975. De 300 leden van het parlement, dat uit één kamer bestaat, worden gekozen voor een periode van vier jaar. Het land is opgedeeld in 13 administratieve regio's.
Meer dan 50% van de Griekse industrie is gevestigd in het grootstedelijk gebied van Athene. De belangrijkste economische sectoren zijn landbouw, toerisme, bouw en scheepsbouw.
Tot de bekendste hedendaagse Grieken behoren filmmaker Kostas Gravas, Nobelprijswinnaar Odysseus Elitis en componist Mikis Theodorakis.
De Griekse keuken is gebaseerd op geiten- en schapenvlees. Visgerechten zijn ook populair. De olijfolie die in Griekenland op grote schaal wordt geproduceerd bepaald mede de kenmerkende smaak van het Griekse eten.
Economie
Griekenland heeft een kapitalistische economie waarvan de publieke sector ongeveer 40% van het BNP voor zijn rekening neemt, met een BNP per hoofd van de bevolking van minstens 75% van dat van de toonaangevende economieën in de eurozone.
Het toerisme is verantwoordelijk voor 15% van het BNP. Bijna 20% van de werknemers bestaat uit immigranten, met name in ongeschoolde beroepen. Griekenland profiteert van de steun vanuit de Europese Unie, die ongeveer gelijk is aan 3,3% van het jaarlijkse BNP.
De Griekse economie groeide tussen 2003 en 2005 met 4.0%, vooral dankzij hoge investeringen en werkzaamheden voor de Olympische Spelen die het land in 2004 organiseerde. De economische groei nam in 2005 af tot 3%.
Griekenland is er sinds 2002 niet in geslaagd te voldoen aan de Europese 3% norm voor wat betreft het maximaal toegestane begrotingstekort. De overheidsschuld, inflatie en werkgelegenheid liggen boven het gemiddelde van de eurozone.
Om deze problemen het hoofd te bieden, zal de Griekse regering naar verwachting doorgaan met het bezuinigen op de overheidsuitgaven, het inkrimpen van de publieke sector en het hervormen van de werkloosheids- en pensioensystemen.