| Jaar van toetreding tot de EU | 1995 |
| Politiek systeem | Republiek |
| Hoofdstad | Parijs |
| Oppervlakte | 550.000 km2 |
| Bevolking | 59,6 miljoen |
| Munteenheid | euro |
Overzicht
Frankrijk is één van de grootste landen van Europa. Het strekt zich uit van de Noordzee tot de Middellandse Zee. Het landschap is erg afwisselend, met bergen in het oosten en zuiden, onder andere de Mont Blanc (4.810 m.), het hoogste punt van West-Europa.
Het Franse laagland bestaat uit vier riviergebieden, de Seine in het noorden, de Loire en de Garonne die naar het westen stromen, en de Rhône die van het Meer van Genève naar de Middellandse Zee stroomt.
De President van de Republiek vervult een belangrijke politieke rol. Hij is de voorzitter van de Ministerraad (kabinet) en is algeheel verantwoordelijk voor buitenlandse zaken en defensie.
De dagelijkse verantwoordelijkheid voor het regeren van het land is in handen van de minister-president. De President wordt rechtstreeks gekozen voor een periode van vijf jaar. Het parlement bestaat uit de Assemblée Nationale, rechtstreeks gekozen voor vijf jaar, en een Senaat. De leden van de Senaat worden gekozen door een electoraal college.
Frankrijk heeft een geavanceerde industriële economie en een efficiënte landbouwsector. Tot de belangrijkste activiteiten behoren de automobielindustrie, luchtvaart, informatietechnologie, elektronica, chemicaliën, farmaceutica en de mode-industrie.
Franse schrijvers en denkers behoren tot de invloedrijkste van Europa. Voorbeelden zijn Descartes en Pascal in de zeventiende eeuw, Rousseau en Voltaire in de achttiende eeuw, Baudelaire en Flaubert in de negentiende eeuw en Satre en Camus in de twintigste eeuw.
Bovendien heeft het land ons een paar van de belangrijkste kunstschilders gegeven: Renoir, Monet, Cezanne, Gauguin, Matisse en Braque, om er een paar te noemen.
De Franse keuken is één van de meest verfijnde van Europa: koken en eten zijn een onderdeel van de Franse cultuur en levensstijl.
Economie
Frankrijk bevindt zich in een overgang van een welvarende moderne economie die wordt gekenmerkt door een grote overheidsbemoeienis naar een economie die meer steunt op marktmechanismen.
De overheid heeft veel grote bedrijven, banken en verzekeraars geheel of gedeeltelijk geprivatiseerd. Het behoud een grote mate van zeggenschap in verscheidene belangrijke bedrijven, bijvoorbeeld Air France, France Telecom, Renault en Thales.
Ook is de overheid dominant aanwezig in een aantal sectoren, waaronder energie, openbaar vervoer en defensie.
In de telecommunicatiesector wordt steeds meer concurrentie toegelaten. De leiders van Frankrijk blijven vasthouden aan een kapitalisme dat wordt gekenmerkt door sociale gelijkheid die in stand wordt gehouden door wetten, belastingmaatregelen, overheidsuitgaven die tot doel hebben sociale ongelijkheid tegen te gaan en het effect van vrije markten op de openbare gezondheid en welvaart.
De overheid heeft de inkomstenbelasting verlaagd en maatregelen genomen om de werkgelegenheid te bevorderen en het pensioensysteem te hervormen. Bovendien richt de overheid zich op de hoge arbeidskosten en de arbeidsflexibiliteit, als gevolg van de 35-urige werkweek, en de beperkte mogelijkheden mensen te ontslaan.
Het belastingstelsel in Frankrijk behoort nog steeds tot de duurste in Europa (bijna 50% van het BNP in 2005). De langdurig tegenvallende economie en het rigide nationale budget hebben ervoor gezorgd dat het begrotingstekort hoger is dan de 3%-norm die in de eurozone van kracht is. De werkloosheid staat op 10%.